Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Dat was ook zoo, als ze maar in haar werk was. Dan vergat ze die kleine, nietige gevoeligheidjes, die d'r soms zoo prikten als spelden, die d'r een beetje bitter en kort-af konden maken in den omgang.

Niet bij de zieken: allen zeiden: „die Zuster Coleta is toch zoo'n goed moederke," al moesten ze ook toegeven uit eigen ondervinding, dat er met haar niet te spotten viel. „Ze zal d'r willetje wel hebben", bevestigden ze. Maar ze konden het velen van haar: het ging allemaal zoo beslist en zeker. O, met een gezicht of er voor twijfel geen plaats was, of er geen woord aan gewijd kon worden, 't Moest immers, de dokter had het gezegd, anders was er van beteren geen spraak, welnu? Die thuis al een tijdje ziek geweest waren en d'r eigen zin hadden gedaan, vonden 't eerst wel een beetje vervelend, werden humeurig en verdrietig. Doch Zuster Coleta had ze al heel gauw in haar handen, en ze lieten zich gedwee leiden door haar zachte, oplettende, liefdevolle verzorging.

En dat werd dan weer een aanleiding van stoornis in haar zoo nuttige leven. Alle zieken hadden haar zoo graag ; dat was lastig dikwijls, vooral voor andere Zusters ! 't Was toch ook niet prettig, dat ze altijd naar Zuster Coleta vroegen, anderen konden het even goed, deden 't met evenveel ijver. Ze wist niet, wat er in haar handelingen voor bijzonders schuilde. Dat vond ze vervelend, en dan werd ze wel eens een beetje kregel en kortaf. Dan begon haar teere ziel te denken, en te wikken en te wegen, en liet ze om een nietige onaangenaamheid

Sluiten