Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

STRIJD.

Sjef had het van zich zelf ondervonden. Toen zijn vader bleek en koud neerlag op het doodsbed en zijn moeder en hij beiden hopeloos waren van droefheid, was de genegenheid, de liefde tusschen hun tweetjes hartelijker, inniger, natuurlijker geworden. Want nooit komt de echte liefde meer tot uiting dan in tijden van lijden, in dagen van droeve beproeving, en nooit ook heeft ze zulk een teere tint van schoonheid en zulk een zachten schijn van onschuld.

Als deelnemende, diep gevoelde troostwoorden worden gesproken van ziel tot ziel, als men zwijgend bij elkaar zit en overpeinst het zooeven vernomen of reeds lang geweten leed, — dan is het of er eenheid groeit uit dat medelijden, of een zachte toenadering de hoofden en harten bijeen neigen doet, of men wil fluisteren, moet lispelen tot elkaar zijn eigen lijden en het leed om dat van den ander.

Ook nu weer, als hij de smart overdacht, die in enkele halve woorden zijn ongeloovige, zoekende vriend uitsprak, was hij vol medelijden. Ongeloovig was hij eigenlijk niet, hij wilde, hij moest gelooven; zijn ziel zocht naar verzadiging, want leeg en hol leek ze van geestelijken honger. Hij kon geen vrede, geen rust vinden in hetgeen hij van

Sluiten