Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dat hij gekend had in al den eenvoud van liefde, in al de grootheid van opoffering en de sterkte van berusting, het leven, dat saamgegroeid was met het zijne in eerbied, bewondering en aanhankelijkheid, dat bij hem hoorde, naast hem, en zulk een weldadigen invloed op hem had in dagen van hulpelooze moedeloosheid en droeve neerslachtigheid.

Zijn vader! Wat werden de dooden dierbaar, bij een liefdevol aan hen denken! Men bemint maar eens, maar dan ook met geheel de geestdrift van een jong gemoed, dat open en bloot zich geeft in algeheele omhelzing en gansche samenvatting van ziel tot ziel.

Als Roomsche gevoelde hij zich getrokken tot dien vragenden, emstigen jongenman. Beslist, die leed honger, hij haakte naar iets, wat hij miste en niet wist te vinden; hij had behoefte aan warmte in zijn koel bestaan. Hij had te weinig ruimte om zijn leven, alles lag eng, benauwend rondom hem; hij stond te verschrompelen als een plant op een donker pleintje midden in hooge huizen. Zijn vage, richtinglooze opvoeding stelde hem niet in staat om in één ruk stuk te wringen wat hem bond, om moedig de eerste stappen te zetten voor den lastigen tocht, die leiden zou naar de begeerde en toch heimelijk gevreesde rust. Want dit is een zoo vreemd iets in den mensch, dat hij huivert voor hetgeen hij zoo lang reeds heeft begeerd, wanneer dat dichterbij gaat komen, en dreigt geheel zijn wezen op te eischen om het om te vormen naar den verlangden plicht.

Sluiten