Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ze deed maar zooals anderen deden, had ze eens gezegd; gewoon-aan, zooals ze dat thuis had gezien.

Ze liet elk in zijn wezen. Vond het echt iets voor Henk om daar het fijne van te willen weten: die was altijd zoo'n denker, zoo'n zoeker geweest... Die kon je zoo raar aankijken soms en dan stelde hij zulke ongewone vragen. Die was nooit tevreden met zich zelf; leek heelemaal niet op haar. Veel meer op moeder, die kon zoo stil zijn soms. Als ze uit wandelen waren, kon hij gaan liggen droomen en voor zich uit liggen kijken, en dan kwam hij met zoo'n malle vragen voor den dag, dat zij er nog nooit aan gedacht had....

Toch hield ze van hem, haar grooten, wijzen broer... Zoo'n goeie ook. Als die iets zei of afkeurde in haar, zou hij het altijd zoo zacht zeggen,... zoo bij wijze van een stille vraag, dat ze er akelig van kon worden en echt voelde, wat er verkeerds in zat.

Als ze hem zoo aan *t prijzen was, blonken haar onschuldige oogen. Dan genoot ze!... en kon zooechtliaïef, maar met nadruk Sjefs moeder vragen, als ze lachend die kleine aanhoorde: „Gelooft u dat niet?...

Ook praatten ze wel eens een tijdje allemaal samen, doch nooit lang; op die avonden was Henk toch te stil en te ernstig om over veel gewone dingen te spreken.

Sjef deed altijd de groeten, wanneer hij er geweest was: „de groeten van Jo aan de juffrouw," zei hij dan gekkend. Veel kwam hij er niet, en ook altijd zei hij het aan haar. Hij wilde zijn moeder niet alleen laten in den

Sluiten