Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

goeie jongen; ik wilde alleen maar zeggen, dat ik het niet graag zou hebben...

— Maar dat mag toch niet!... Zou ik u hetzelfde verdriet moeten aandoen, als die andere aan vader ?...

— Daar niet over spreken, Sjef... 't Is nu goed, ik ben gerust. Ik had het niet moeten doen, maar ik weet zelf niet, hoe het kwam, maar het wou me niet meer loslaten.

Ze streelde den grooten jongen, die zoo diep bewogen, en toch zoo wonderlijk te moede, met strakke oogen naast haar stond. Beslist, hij wilde niet, had er nooit aan gedacht, maar voelde zich toch ook niet geheel en al vrij na die vraag van moeder. Hoe kwam die op dat vermoeden? Had hij dan ooit iets gezegd of gedaan, wat op zulk een verhouding kon duiden? Maar dat mocht immers niet!... En dan was hij nog wel fijn geworden den laatsten tijd, zeiden ze. Zulk een onmogelijkheid kwam hem al tegen bij den eersten stap. Daar hielp geen praten aan. Hij moest zijn geloof er aan geven...! of zij bekeeren! schoot hem ineens te binnen. En of al zijn gedachten en gevoelens op dat idee toesnelden, zóó spoedig ontstond er een kleurig gedachtenweefsel op dat mooie en mogelijke ook: Jo bekeeren!... Ze was zoo onschuldig, zoo'n kind... Zoo goed van aard. Langzaam aan, met Henk... dat kon best...

Doch ineens zette hij alles op zij: kort en kordaat nam hij een besluit.

— Ik blijf thuis, zei hij... Hoewel zijn moeder een ver-

Sluiten