Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

En weer wordt hem de last zoo licht als een veertje. Frissche krachten voelt hij in schouders en borst en voeten. Haastig draagt hij den knaap door 't water, terwijl de wind gaat liggen en het water vloeit met kalmen, lachenden gang langs hem heen.

Sneller en sneller gaat zijn stok, plons-plons, door het water. En aan den kant gekomen, valt hij op de knieën en zegt: „Mijn Heer en mijn God!"

Toen ging Jezus heen. Maar van dat uur af, was de groote man nog veel waakzamer bij dag en bij nacht; nog blijder deed hij zijn taak, want telkens als hij een last over 't water droeg, dacht hij: „Nu draag ik mijn God, den sterken Heer van het kruis," zoo viel zijn lastig werk hem altijd licht.

Later stond hij voor een wreeden keizer. Die dreigde met straffen en dood, als hij weigerde te gehoorzamen en de goden niet wilde offeren. Maar hij lachte en zei: „Den sterkste zal ik dienen. Ik dien het kruis, ik dien zijn koning."

— Zult gij 't leven en alles laten voor dien dwazen waan?" spotte de man.

— Zal ik het leven verliezen voor een smadelijken dood?" vroeg hij terug. Toen hebben ze hem gedood voor het kruis, voor zijn koning. En grooter liefde en trouw kon hij toch niet toonen.

Dit is de legende van den Christusdrager, die zóó boete deed en bad, totdat God hem zeide: kom. Nu is hij een heilige, en daarom staat hij achter in de kerk,

Sluiten