Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

soms'kan die stem zoo kort, zoo pijnlijk, zoo scherp, zoo bijtend zijn! Alle geheimen kent ze; alle stemmingen geert ze weer in haar rammen, eentonigen deun. Niemand dan die haar kennen, begrijpen haar, want ze spreekt dezelfde taal met hetzelfde geluid, dat opwelt uit de eigen ziel en zich uit in een vertrouwelijken omgangRustig tikte de klok door de kamer. Moedig, als iemand, die uitgerust en frisch een nieuwen dag begint. Door de nog neergelaten gordijnen zeeg het vroege licht van den zomerdag als een gouden nevel. De klok sloeg zes heldere slagen zonder den gonzenden nazang van nieuwe klokken, maar helder en juist, kalm en klaar, zooals een leven moet zijn in klare waarheid. In een alkoof, vlak tegenover haar, kwam leven; daar schrok iemand wakker, hief zich op, boog zich bangelijk kijkend naar de klok buiten het witte gordijn. Een oud vrouwtje was het. Enkele korte grijze haarlokken kwamen onder haar wit, gebreid nachtmutsje wiegelen op haar gerimpeld hoofd, haar smal gezichtje met scherpe en hooge hoeken, met kreuken en plooien aan slapen en mond. Ze streek de dartele lokken onder haar mutsje, ze veilig wegduwend met bedaarde bewegingen van haar rimpelige, dunne, dorre vingeren.

— Toch maar zes uur, mompelde ze tevreden. Wakker geschrikt uit haar vage soezen, was ze bang geweest in 't begin, dat ze zich verslapen had. Je verslapen! dan had ze niet naar de Mis gekund, dan kwamen ze misschien wel vragen straks, of ze niet goed was geworden, zooals

Sluiten