Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

petroleumstel aansteken tegen den middag, dat was heel haar werk. Ze zou er die kousen nog bij stoppen, dacht ze. Het eten koken was nog haar werk, wanneer ze goed was tenminste. Ze prakkezeerde gewoonlijk zoo'n beetje bij mekaar, wat Stien het liefste zou hebben. Zelf gaf ze er weinig om, at er van mee, zei wel, dat ze 't zoo lekker vond, maar eigenlijk deed ze 't voor haar kind. Een beetje sago-pap, dat was haar middag- en avondeten, daar bevond ze zich het beste bij, sinds ze die ingewandsontsteking had gehad. Toen had het weinig gescheeld met haar. De dokter had zelf gezegd: als ze haar zoo'n goeden oppas niet hadden gegeven, was het mis geweest. Maar die kinderen waren alles voor haar. Of ze begrepen, wat een moeder, wat zij voor haar gedaan had. Al drieentwintig jaar haar man dood. En dan blijven zitten ! Zoo ineens, zonder er ooit erg in gehad te hebben, een longontsteking, in acht dagen gezond en dood. De beide eerste kinderen waren maar bloedjes gebleven en nog jong gestorven. Toen was zij aan de sukkel geraakt. De dokter had er gezegd, dat al haar kindertjes teer zouden blijven. Eén jongen van zeventien jaar had een tijdje loopen kwijnen en was weggeteerd. En toen dat met haar man. Wat een trubbel! Ze kon zelf niet begrijpen, hoe ze er doorheen gekomen waren. En zoo goed hadden ze 't nu! Als zij maar kras bleef. Ze voelde anders terdege den ouden dag komen. Maar onze lieve Heer zou het wel ten beste regelen. Zoolang als ze Stien immers had! Heel haar kleine gedachten-wezen stond met zoo'n

Sluiten