Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

woord, en nog slechts een vage verbazing kwam er in haar op, een vreemde verwondering, alsof dat alles in een droom gebeurt, alsof men het ziet door een nevel heen met het onduidelijk en onuitgesproken besef dat het ongeluk niet bij ons kon komen. Heel den weg naar huis, bij al het praten saam, waren hare gedachten bij dat raadselachtige gebeuren: die tram had haar eens moeten grijpen! Ze lachte erom, maar vond het langzaam aan toch wel wat huiverig, akelig! Thuis zat moeder te wachten. Ze was niet bezorgd voor haar kind. Die bleef niet slenteren door den vallenden avond, die zou niet vergeten, wie er thuis te wachten zat, blij om de komst, het gezelschap van haar kind. Want ze bracht leven en vroolijkheid mee. Dan hield de klok haar bescheiden getik in, telde nog zachter de minuten en uren. Hoe kwamen er toch ook de menschen op om te zeggen: „Die Stien van je is een fijne hoor! Die gaat nog wel eens naar 't klooster!" Wel waarom? Omdat ze zoo graag bij moeder thuis was? Zoo stipt in haar plichten? Daar gingen er toch wel meer s morgens al vroeg naar de kerk, voor dat ze naar 't werk gingen. Ze vertelde 't haar dan wel eens terug, niet, omdat ze er voor zich zelf aan geloofde, maar toch ook, omdat ze er heimelijk een beetje bang voor was. Wie weet! het moest maar eens waar zijn, ze was er goed genoeg voor. Dan lette ze op den indruk, die zulke woorden op Stien maakten, maar werd dadelijk gerust gesteld door een gek en lacherig gezegde, dat de zaak zelf wel niet aanraakte, maar toch duidelijk zei, dat

Sluiten