Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ze er niet over nadacht. Zoo'n vroolijke ziel! Dat was juist zoo'n wonder iets, meenden anderen. Ze kon meelachen en meezingen, was om geen enkel gezegde verlegen, had zelfs iets van de durvende uitdaging, die open en eerlijke karakters zulk een oorspronkelijke aantrekkelijkheid verleent en toch op een afstand houdt. Huichelen kende ze niet. Vlak weg zei ze, wat ze dacht, doch deed ook wat ze voor plicht hield.

— Dag moeder!" riep ze luid, legde haar zakje op den stoel naast het raam.

— Dag Stientje! alweer thuis, kind? Regent het buiten, dat het zoo donker wordt ?

— Een beetje mistig, moeder. Maar, waar zit ge toch ergens? Allemaal uit zuinigheid, dat ge daar zit te muizen in den donkere ?

— 't Kost allemaal geld, kindje. Mijn oogen waren moe van 't breien, nou kunnen ze van zelf rusten en mijn rozenhoedje kan ik zonder licht wel bidden."

Ondertusschen had ze haar huishoudschort aangedaan, kwam naar moeders stoel, nam haar hoofd tusschen haar handen en zei zachtjes: „Hebt ge voor mij ook wat gebid? Ja?... Zeker, dat ik naar het klooster mag gaan?"

Een groote verwondering rees op in die oude vrouw. • Hoe kwam dat zoo, naar het klooster? Was dat het vreemde, wat haar den laatsten tijd zoo opviel in Christien?... Zou ze dan toch rondioopen met die bedoeling en zouden de menschen het raden ? Ze gaf uiting aan de gevoelens, die haar bestormden en vroeg met een

Sluiten