Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

beetje bange en verwonderende stem: „Naar 't klooster? Gij??..."

Stien zelf had haar verspreken gevoeld... Toen ze 't woord hoorde, toen ze de gedachte, waarvan ze vol was, zoo koel, zoo onverwacht voor zich zag staan, was ze geschrokken. Gelukkig nu, dat het donker was in huis. Dadelijk trachtte ze dien verkeerden indruk bij moeder weg te lachen.

— Wel ja, moeder, waarom niet ? En dan liefst allebei. Dat was zoo iets : als we eens samen gingen, dan wordt gij maar ineens waardemoeder en ik,... ja, wat voor een post zou ik nemen ?...

— Gij ?... portierster... dan kun je babbelen, want je mond houden, zal wel slecht gaan," lachte 't oudje, weer heelemaal gerustgesteld door die dolle gedachte.

— Bah nee! altijd op dat geklingel loopen. Ziekenverpleegster of... kosteres!... zei ze, nadenkend... Ja, kosteres!... Dan mag ik voor de bloemen zorgen en het altaar sieren..." doch ze sprak haar innerlijk bedoelen maar ten halve uit.

Nu moest ze eerst nog gauw een beetje gaan werken, want als Anna *s avonds laat uit het atelier thuis kwam, zou die graag wat praten en moe genoeg zijn van dat voorover zitten en dat klaar staan voor een ieder, heel den middag. Daar viel wat te beridderen bij zooveel meisjes, en in zoo'n drukken tijd. Ze stak de lamp aan, liet de gordijnen neer. Ze bracht de bloempotten naar achter: „die zoete kindertjes zullen wel graag wat frissche lucht

Sluiten