Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

denkt, dat het morgen in bloei zal staan. Daar hing een warmte over haar ziel als van een onzichtbare zon. Ze neuriede en zong bij haar werk, ze lachte met onnoozele dingen, even blij als een kind, terwijl ze vol was van haar geheime, heerlijke weten.

Nog niemand wist het. Ze durfde 't niet zeggen, want: zou het ooit kunnen? Met haar beiden, Anna en zij verdienden ze heel ruim haar brood. Al een mooi centje hadden ze gespaard. Als Anna nu haar werk maar eens zoo kon regelen, dat ze thuis kon blijven, bij moeder. Als die eens modist werd voor d'r eigen. Ze hadden ze daar wat graag, was een bij de handje, dat heelemaal met brutaal voor den dag kwam. Meer en meer begon zich dat denkbeeld aan haar op te dringen. Daar moest iets gevonden worden. Toch vond ze 't bijna onmogelijk: zij van moeder af. En dan? Als Anna ging trouwen? wel dan kon moeder bij haar blijven en was zij ook van den vloer. Daar waren tijden, dat het in haar juichte: het kan, het kan! Moeder was goed beter. Ze zou nog een tijdje wachten, dat best willen doen, met pleizier. Tot moeder Weer alles deed, bijna alles thuis.

Onder de blijde begeestering over die gedachte, welke heel haar bestaan vermooide, bereidde ze zich thuis voor op hetgeen zou komen. Opofferen wilde ze zich; moest ze zich dan niet een beetje aanspreken? Was dat niet noodig soms? Scheen er op sommige dagen geen tikje ontstemdheid, wrevel, lichtgeraaktheid te bestaan ten opzichte van haar zuster? Haar levendige aard kwam

Sluiten