Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

juist een bron van vrede, want vond ze dien morgen de Liefde niet, die de ziel was van het Lijden, het eenige, groote, goddelijke, en moest ook het lijden voor haar niet het duidelijke teeken van leven wezen voor haar liefde? Wie zou 't anders gelooven, al zei ze t; moest de daad, de opoffering, het kruis niet de mate en de sterkte toonen der genegenheid, die ze betuigde in zoo stille en zoo gemeende woorden ?

„O, heilig gastmaal, waarbij Christus genoten wordt, de gedachte aan Zijn lijden vernieuwd, en ons een onderpand ter eeuwige zaligheid gegeven!" Zoo las ze in haar dankzegging na de H. Communie, en die woorden grepen haar aan, vonden in haar ziel dien morgen de grage en gretige ontvangst, die wijst op een wondere overeenkomst, die we maar al te dikwijls zelf niet begrijpen, maar gewaar worden. Ze herhaalde ze, overwoog ze. Zóó moest het zijn: lijden met haren Heiland, o, ze durfde nog niet zeggen: haar bruidegom, en ook van verre en schuchter bleef die gedachte dien morgen staan. Ze wist dat door een oogenblik van zuiver inzicht, van juist voelen de geheime verlangens van den beminde, zooals de ware liefde die geeft, wijl ze zoo fijn-voelend en diep-peilend is voor alles, wat den geliefde betreft. Ze bad en bad lang, tot haar zuster opstond en ze meeging. Samen gingen ze door de straten, de koele straten, waarin nog geen zon stond, alleen de gevels der huizen lagen boven in 't licht. Zwijgend bijna gingen ze, de wijding der heilige gebeurtenis nog in houding en oogen. En in eens

Sluiten