Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

behoefde maar te gaan! Blijven, was het. Blijven bij moeder ! Niet naar het klooster, nooit!! steeg het in haar op. Met felle, scherpe trekjes werd dat idee helderder in haar geest, en zulk een droefheid welde uit het diepste van haar hart onstuimig omhoog in haar oogen en trekken, dat Anna haar vol medelijden aanzag: „Hadt je er zoo weinig van gemerkt?... Wat ben je bedroefd, is niet?... We hielden ook zoo veel van mekaar... Maar ik zal altijd veel voor je blijven bidden... dat weet je toch wel, Stien."

O, die gelukkig zijn, zien zoo weinig diep in de ziel van anderen; begrijpen zoo slecht het leed, dat daar huist, beseffen zoo zelden, dat hun vreugde, onschuldig en ongewild, zulk een verdriet veroorzaken kan.

— Ik moet, Stientje, geloof me, ging ze voort, alsof ze haar daad meende te moeten verontschuldigen. Lang heb ik er over nagedacht, al twee jaren heb ik gewacht. Ik heb er harder om gewerkt, geprobeerd het op zij te zetten, niets hielp. Weet ge niet, dat ik het verleden jaar nog eens geprobeerd heb met die goede verkeering ? Altijd bleef die gedachte bij me boven... Mijn biechtvader zegt ook, dat ik gaan moet, en ik mag van moeder, als het jou goed is, Stien, als jij bij moeder wilt blijven...

— Mij r O, zeker is 't mij goed, An", zei ze, met een droef lachje haar zuster aanziende. Al haar moed moest ze bijeengaren om dat offer te kunnen brengen. Ze wilde 't doen met een van die onuitgesproken, in eens klaarstaande besluiten, welke in moeilijke omstandigheden omhoog-dringen uit het onbewuste leven, lang voorbereid

Sluiten