Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zuchten haar ziel openlei, haar dwaze vrees uitsprak tegelijk met haar angstige liefde.

De biechtvader doorzag haar toestand; hij bewonderde de teerheid en tevens de sterkte van haar opofferende liefde, maar ook den harden kamp die haar moedige wil moest voeren tegen de diep-gezeten begeerte. In wijze zachtheid bemoedigde hij haar. Hij wees haar den weg om dien dwazen inval van angst als een nietigheid te beschouwen; hoe ze die vage gedachten, welke meer bangheid dan werkelijkheid waren, met onverschilligheid moest voorbijgaan, ze geen aandacht gunnen, zoo 't eenigszins kon. Hij leerde haar het leven zien als een offer, een plicht, waarin opgeruimdheid den vrede bracht, de geruste overtuiging, dat we doen, wat we in zwakheid kunnen. Hij leerde haar niet verder te zien en te zoeken dan den dag van vandaag; nuchter eiken dag voor zich zelf te besteden, aan Gods goede vaderzorgen de toekomst overlatend, die misschien wel onaangenaam kan wezen, maar toch zeker volgens Zijn welbehagen is. Hij hield haar geregeld voor: wees opgeruimd, kind, wees blijmoedig, dat is het halve leven. Ook aan kruis en lijden is een mooie, een heerlijke kant, niet alleen met het oog op later, maar ook nu al!

En ze deed haar best. Ze sloeg zich door haar tobberijen heen. Overdag liep haar werk gewoon, had ze tenminste wat uiterlijke afleiding. En daar kwam kalmte, daar kwam gelatenheid in haar, al was het geen gelukkige, toch een stille en lijdzame.

8

Sluiten