Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

niet nagelaten in haar kwade dagen. Wel had haar biechtvader in het begin haar moeten aanzetten om vol te houden ten tijde van de bekoring, — maar nu wilde ze *t niet meer missen. Ze werd gedreven tot Hem, die zei: komt allen tot mij, die belast en beladen zijt en Ik zal u verkwikken. Kon ze ook wel bij iemand anders gaan klagen? Moest ze haar moeder ook nog het onverdiende deel doen dragen van haar smart ? Een moeder had toch al zooveel te verduren in een leven. God wist toch, hoe goed ze 't gemeend had. 't Was nergens anders om geweest dan om beter te worden, dichter bij Hem te zijn, zich zelf meer te kunnen offeren! Kon ze dat ook nu niet ?... Was ze nu ook niet dicht bij Hem ?... Wilde Hij niet eiken morgen tot haar komen, om het leed van den dag te helpen dragen?... Moest de Goddelijke Meester dan de doornenkroon van Zijn hoofd nemen, als Hij haar tot zich wilde trekken ? Ze kon toch nog tevreden zijn bij haar onrust en onvoldaanheid.

Inniger nog dan vroeger zei ze, als ze haar kort bezoek bij het Allerheiligste beëindigde: „Blijf bij ons Heer, het wordt avond." Daar beurde ze weer op, daar vond ze troost, vond ze kracht, en over de straat gaande lispelde ze stil voor zich uit met de tanden op elkaar: het moet, het zal!...

Na zoo'n dag en zoo'n avond lag ze zich zelf gewoonweg uit te lachen op bed. „Wist O. L. Heer er niets van soms?... Of had Hij haar permissie moeten komen vragen,... beleefd verzoeken, wat de juffrouw verkoos?..

Sluiten