Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

den achtergrond. Mooie sieraden leken ze wel, vroeger bij gelegenheid gekregen, waar men dol blij mee was, die werden bekeken, gedragen zoo dikwijls mogelijk, die *s avonds bij het wegleggen nog eens werden bewonderd en die men liefkoozend wegsloot, — maar nu niets meer gaven dan den goeden indruk, het heimelijk genoegen ze te bezitten; die men nog goed weet liggen, veilig bewaard, maar slechts zelden in handen neemt en dan met een vagen weemoed denkt aan de voorbije dagen en vreugden van toen.

— Als ik nu eens juist ging leven als in't klooster," dacht ze een keer.

Ze moest aanstonds zelf al lachen met dien zotten inval. „Verbeel je, ik knip mijn haar af, doe een oudmodische jurk aan, zwart en strak, een jak met gitten garneersel en een zwart kardinaaltje om. Zou ik ook de falie aandoen? En natuurlijk, heel weinig praten en een secuur gezicht zetten! Dank je lekker, hoor, ik blijf gewoon Stien en moeders kindje," gekte ze in zich zelf, het oude vrouwke gelukkig aankijkend.

Die zat een brief te lezen van Anna.

— Wat maakt ze 'tgoed, he moeder."

— Dat dacht ik wel, kind. Ze heeft altijd zooveel voor d*r ouders over gehad. Eerst had ik er geen erg in, dat ze t van plan was. Maar toen ze zoo'n goede verkeering liet schieten, zoo'n netten, braven jongen, en ze zei, dat ze er niets voor voelde, begon ik er over na te denken.

Stien keek ernstig voor zich uit. Alsof moeder meende,

Sluiten