Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Dit wilde ze leeren door oefening van iederen dag en zoo haar gewone bezigheden maken tot deugdvolle daden voor God.

Meer en meer nam haar verlangen naar 't klooster een rustig karakter aan. In volle eerlijkheid kon ze getuigen, dat ze even graag bleef bij moeder. Want kwam die gedachte van vroeger nog bij haar op, altijd stond het haar levendig voor den geest: het kan immers niet, — onnoozel, zich moe te maken om iets, wat onmogelijk is. Ze was tevreden, dat was alles; ze raakte gewoon aan haar nieuwen toestand. En ze begreep niet, hoe daar een ommekeer plaats greep in haar ziel, hoe het feitelijk meer een beredeneerd willen was geworden, die vroeger zoo spontane en hevige drang naar het klooster.

VII.

Anna zou haar heilige professie doen. Ze berichtte 't zoo blij, bijna jubelend aan haar moeder en zus, en verzocht ze beiden op dat mooie feest, haren bruidsdag. Ze meende, ze te mogen en te moeten verwachten, want deelen wilde ze haar geluk met haar die er zoo'n groot recht op hadden en tegelijk ook zich verheugen in de blijdschap van haar moeder en haar zuster want ze wist: die waren één met haar in lief en leed.

Ze zouden gaan. Moeder was zoo goed nu en had Anna nog niet gezien in haar kloosterkleeren. Ook Stien ging graag, al was ze een beetje vreemd te moede, nu ze nadacht over *t geen er gebeuren ging. Voor Anna was

Sluiten