Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

brand van 't Goddelijk Bloed in het koele en kille land der menschen.

Wat zou ze dien goeden God niet willen geven! O, kon ze zich zelf eens... mocht het eens!.,.

De heilige communie naderde. Weer zweeg het orgel. Nu ging het gebeuren. Aller oogen zagen op, aller harten wachtten op den liefde-dood. Ze was niet bang, maar toch voelde ze het bonzen in haar borst.

De priester keerde zich om. Hij zweeg nog. Allen luisterden met ingehouden adem. Hij sprak en daar was nog iets in zijn stem van de heilige, van de verheven, van de heilige gebeurtenis, die zijn ziel tot in haar diepste wezen had bewogen. Den Godmensch droeg hij in zijn hart: het Lam van liefde had hij genuttigd, gedronken den wijn van het Goddelijk Bloed. Hij stond daar en sprak of hij luidop mediteerde over hetgeen God aan hem had gedaan. Want was het in den grond der zaak niet hetzelfde geheim van liefde, dat daar ging plaats grijpen? De liefde van een God, de klagende, vragende, zuchtende liefde beantwoord door het schepsel, het kleine, koele, ijdele schepsel, maar dat gekomen was met den bereidwilligen moed van opoffering, die de liefde maakt tot een onbluschbaren brand, die haar opwekt tot andere en hoogere gave van zich zelf, welke weer nieuwen en dieperen dank uitlokt, dank in daden, dapper tot den dood. Hij stond daar in de plaats van zijn Meester, die riep, riep door zijn mond, als iemand die verlangt: „Kom, mijne bruid, mijne vriendin, kom, ge zult gekroond worden!" Zoo eenvoudig

Sluiten