Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zij soms zoo heel veel voor voelde. Die zei nooit meer dan: 't is goed, en bleef maar wijzen op den veiligen, gewonen weg. Voor zich zelf ? Dat durfde ze niet, dat was te gewaagd, wist ze wel. Het moest maar eens een bui van haar zijn, ze moest er maar eens gauw spijt over krijgen! Maar als ze het toch eens vroeg I dat was de eenige, goede weg om van dat geplaag en gemartel af te komen, dan had zij toch gedaan, wat ze moest doen, anders werd ze toch niet tevreden.

Ze vroeg het. De biechtvader lachte niet.

— Waarom zou je dat willen ?

— Ik zou toch zoo graag wat meer doen voor O. L. Heer. Sinds moeder ziek is, kan ik zooveel niet meer te communie.

— O. L. Heer is tevreden over je, als je zoo goed mogelijk doet, wat ge kunt doen, en moeder goed oppast.

— Ik zou het er toch best bij kunnen doen.

— Belofte ? vroeg hij met nadruk.

— Ja, vader. Haar hart bonsde.

— Denkt ge daar al lang aan? Zijt ge dat al eens meer van plan geweest ?

Daar kwam een pijnlijke verlegenheid over haar, want zij meende, dat het eindelijk eens rijd werd, haar binnenste te moeten blootleggen. Altijd was ze maar blijven loopen met haar heimelijke gedachten en verlangens naar het klooster. Ze had ze een tijdlang tot zwijgen kunnen brengen maar telkens weer staken ze lastig het hoofd op. Ze moestnu bekennen wat er sinds lang in haar was om-

Sluiten