Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

maai dreigt, dreigt,... die men voelt, als men zich verroert, die meei last veroorzaakt door den bangen angst, die er door ontstaat, dan door den wegenden last. Een dier toestanden, waarin men zich zelf niet kent, waarin men zou willen schreien, echt zijn diep-gemeende droefheid uiten en men geen tranen vindt, veel meer nog een spot in zich meent te hooren met zulk een leed.

Rondom Nieuwjaar moest de dokter komen: ze durfde niet langer meer wachten. Moeder at bijna niet meer, bleef te bed, deed bijna niets liever dan maar slapen. Hij vond de oude vrouw bedenkelijk, ried zachte, versterkende spijzen aan. Ze had aan haar biechtvader den toestand blootgelegd; ze kon vooreerst niet naar de fabriek gaan, want moeder door vreemden laten oppassen, wilde ze in geen geval. Maar waar moest dat heen? Haar weinig-lichtzinnige natuur zag de toekomst in. Als dat eens een heelen tijd duurde! En wie weet, moeder was oud, sukkelend van aard, zulke menschen kwamen maar zelden weer goed op krachten. En waar niet gewerkt werd, waren geen verdiensten. Ze konden wel een tijdje rondkomen van hetgeen ze vroeger gespaard hadden, maar dan? Ze had aan Anna geschreven, het wel niet zoo erg gemaakt, als het zich liet aanzien, en die scheen ook dezelfde gedachten over moeder en de toekomst te hebben; want ze vroeg, wie er nu in huis was, als Stien naar de fabriek ging. Wat dacht die wel ? Wie zou ze in huis halen, om moeder op te passen? Dat deed ze zelf! En toch, kon dat wel op den duur ?

Sluiten