Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

uiterlijk vol goeden moed en verborgen ze veilig voor elkaar de droeve gedachten, daar zat iets in haar overtuiging, wat haar leven neerdrukte, gedwongen maakte en daarom zoo zwaar.

Wat een verlichting was het, dat de geestelijke wilde praten met Christien! Hij deed het, toen ze hem uitliet, en'ze vroeg, wat hij van moeder dacht.

— Zwakjes en oud! 't zal een heel tijdje tobben zijn voor je!

Ze keek bedrukt voor zich. „Zeg Christien, als moeder eens naar het gasthuis ging. Voor een tijdje desnoods. Of beter nog... voor goed! Zou dat niet beter zijn? Want het kan toch zoo niet blijven op den duur. Zou je dat ook niet goed vinden? Zoo'n goeden oppas zou ze hebben bij de Zusters. Vin je dat zelf ook niet?"

— Een goede verpleging zou ze wel hebben.

— Maar?" Ze bleef treuzelen. Verdacht begonnen haar mondhoeken te beven. „Heeft moeder er over gesproken?" vroeg ze ineens.

— Ja, kind, die ziet ook heel goed, dat er iets op gevonden moet worden. Niet, dat gij moeder niet goed oppast, maar het gaat doodgewoon niet!

Ze moest het toegeven, maar zweeg. Neen, moeder moest blijven, niet naar het gasthuis. Meer dan ooit nam die gedachte, dat vooruitzicht een dreigende houding aan in haar. Ze was bang het te willen, want ze vond het zelf eigenlijk ook wel goed, ook noodig, maar zou dat niet komen om dat andere ? Ze was bang, moeder graag kwijt

Sluiten