Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

te zijn; kon niet besluiten, wijl ze zichzelf niet helder genoeg kende en haar genegenheid voor moeder in staat was elke, zelfs de uiterste opoffering te blijven dragen.

— Wat hebt ge er toch op tegen kind ? Wat zit je toch in den weg den laatsten tijd. Ge wordt zoo stil, veel te ernstig! Ge denkt te veel! Gaat alles nog wel zoo gemakkelijk ?

Toen begon ze te schreien, heftig te snikken. Ze bekende, wat een dwaze en toch zoo pijnlijke gedachte haar gebonden hield; hoe ze er had tegen moeten vechten. Ze wist wel dat het de eenige weg was, maar wilde 't niet. Ze mocht het niet willen, want ze was bang, dat ze 't deed om van moeder af te zijn, om haar eigen te zoeken.

— Om een onnoozele bedenking, waar ge schuld noch deel aan hebt, moet ge nooit iets nalaten, wat ge als iets goeds inziet", vermaande hij. „Wat je toekomst betreft, laat die maar aan O. L. Heer over; Die zal Zijn wil wel duidelijk toonen als de tijd er voor is."

Vreemd, nu ze eenmaal gezegd had, wat haar op het hart lag, zag ze veel duidelijker de dwaasheid er van in, en vond ze zich veel verlicht in haar lang, alleen gedragen leed dat toch zoo zwaar werd.

Zoo was alles het beste. En met haar praktischen zin vatte ze dadelijk een ander plan op. Ze zou voor moeder blijven zorgen, kon dat nog beter dan ooit. Als ze weer aan 't verdienen was, zou ze moeder dikwijls wat lekkers kunnen toestoppen, wanneer ze haar kwam bezoeken. Dan had haar leven toch nog altijd haar mooiste en liefste

Sluiten