Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Beiden zwegen ze er over, maar 't lag zoo duidelijk in den blik, waarmee ze elkaar aanzagen of liever in de bezorgdheid, waarmede ze eikaars oogen vermeden. Christien deed zoo haar best, om uitwendig tevreden te schijnen ; ze was zoo druk in de weer, om de mooie kanten van dat andere bestaan naar voren te halen. Ja, ze zouden wel niet den heelen dag bij mekaar kunnen zijn, maar dat was vroeger toch ook niet; en dan was het 's avonds des te pleizieriger een tijdje stillekes met elkaar te kunnen praten.

Ook moeder probeerde te glimlachen, wat haar bitter slecht gelukte.

— „Of denkt ge soms van niet? Dat ik u zou vergeten? Zoudt ge dat van mij durven denken?" En in een opwelling van haar lang teruggehouden genegenheid, welke zoo duidelijk sprak in haar zorg om de scheiding te verzoeten, sloeg ze haar armen om den schouder van haar moeder, vleide haar bloeiende gezicht aan dat magere, bleeke op het witte kussen, en moest ze zoo onstuimig zeggen : „mijn lief, goed moederke!" Daar lag een wereld van liefde in, maar tegelijk een wereld van leed. Beiden vergaten ze haar terughouding voor elkaar, en schreiden saam, o ze wisten het wel, om hetzelfde droevige feit.

— Maar het kan toch niet anders, hé moeder!" stond Stien op, terwijl ze haar tranen afdroogde. „O. L. Heer zal wel weten, waarom Hij dat toelaat. Nu kunt ge toch zoo dikwijls te Communie gaan als ge wilt.

— Ja, de kerk heb ik nu kort bij en de Zusters zijn

Sluiten