Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

luisterde ze naar dat kind, hoe 't vertelde, wat haar moeder deed en zei en dacht.

Ze hoorde 't graag, en vroeg zulke onbelangrijke dingen, om er nog langer naar te kunnen luisteren en altijd maar in te drinken die klanken: moeder, moeder! Daar zong haar eigen ziel in.

Terwijl dat jonge, onervaren kind zijn natuurlijke aanhankelijkheid uitte in een bewondering voor moeders daden en woorden, en zich verbeeldde, die na te volgen om het ééne, hooge ideaal te bereiken: te wezen als moeder, sprak ook in Christien alles van haar eigen lieve moeder, die weg was, die lag in het gasthuis. Ze dacht aan haar woorden en daden, en het werd alles zoo'n diepe klank van klagende smart in haar ziel.

Zoo dicht naasteen liggen liefde en lijden, zoo heerlijk-één zijn ze geworden in dat meesterlijk-mooie werk van den Schepper: een moeder.

Daar was geen spraak van slapen, dien avond.

In het begin niet, om het babbelen van dat blijde kind.

Stien gaf bijna bewusteloos, bijna zonder leven, antwoord op de vele vragen, zoo ver waren haar gedachten aan 't dwalen in het vage, in het doode land van smart.

Toen het pratende meisje aan 't slapen geraakt was, lag Stien nog wakker. Haar oogen waren moe; hoe graag zou ze hebben gaan rusten, maar ze kon niet. Ze moest luisteren naar hetgeen er omging in haar binnenste. Daar fluisterden, daar spotten stemmen, nijdige en troostende,

Sluiten