Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dag... Ze sprak er over met moeder, 's avonds. Die vond het goed, tenminste als ze 't graag deed, want pleizierig zou 't niet zijn: zoo in 't eigen huis, waar je jaren lang gewoond hebt, onder vreemden te zijn als een vreemde.

Ze zou het toch maar probeeren...

Het waren geschikte menschen. Heel vriendelijk ging het er toe, als Stien thuiskwam des middags. Het eten was best klaargemaakt. Niet rijk, dat kon niet, maargoed. Het beviel haar beter dan ze gedacht had, te meer, wijl ze haar volkomen vrij lieten. Het kindje was nog pas goed een jaar oud ; een aardig poppetje, waar ze graag mee speelde, dat ze wiegde op haar armen, tot het kraaide van pret, — dat ze vader tegemoet bracht, wanneer die de trap op kwam.

Ze hielp nu en dan de borden en schotels wasschen, 't was immers maar een kleinigheid en ze had tijds genoeg. Wat kon ze in dat middaguurtje anders doen? Voor het zoowat tijd werd, ging ze toch niet naar de fabriek. Weer begon er leven en geluid in haar te komen; weer zong en neuriede ze bij haar werk.

Argeloos als ze was, bemerkte ze niet wat een strak zwijgen er somtijds stond tusschen man en vrouw, als een muur van scheiding. Hoe zij niet eens opkeek, als hij binnenkwam, terloops zijn gevoelloozen neutralen groet even onverschillig beantwoordde:

— Goeden middag..."

— 'n Middag...

Was Stien dan niet aan 't spelen met den kleine, zoo

Sluiten