Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

'tls eèn groot huishouden, ging hij door; acht kinderen, dus veel werk; maar gij zijt onder de derde orde, dus dat zal voor jou geen bezwaar zijn, een mooie gelegenheid, om je te toonen; ge moogt vroeg naar de kerk.

Ze bleef moeder maar aankijken.

— Ja, ge moogt moeder ook eiken dag eventjes komen bezoeken. Ge ziet, alles is al klaar!....

.Het leek haar een uitkomst. Ze zou het doen, ja, want wie weet, het werd haar zoo onrustig thuis!

— Wanneer kunt ge komen ?

— Wanneer hebben ze graag ? vroeg ze, beslist.

— Liefst heel,gauw! Maar, ga zelf dat maar eens bespreken... Als het jou goed was, verwachtte Mevrouw je vanavond nog even. Ge kunt vóór aanbe Hen.

Een half jaar later stierf Stientjes moeder, gelukkig in haar zachten dood, tevreden over haar kinderen. Mevrouw had zich zoo goed en gul getoond, haar van alles bezorgd.

Nu stond Stien alléén.

Zij voelde de verlatenheid der liefde, zij voelde den weemoed van gescheiden te zijn. Ze bad voor moeder, dat was haar troost, — ze schreef aan Anna brief op brief, altijd vol van moeder.

Zoo bleef ze, blij met haar dagelijksch werk, blij in de genegenheid van haar meerderen.

En het gebeurde op een avond, dat Mevrouw vertelde van een vroeger meisje, zoo'n braaf kind. dat vandaar uit naar 't klooster was gegaan.

Sluiten