Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Naai 't klooster!... Zou ook zij nu niet gaan?... Was nu de tijd gekomen ?...

Ze dacht ei over onder haar werk, — ze voelde, hoe er niet meer in haar huisde dat begeeren van vroeger, en ze schreide...

Zoo vond haar de kleine Mia. Even bleef dat hartelijke ding staan kijken, drong zich toen tegen haar aan, en troostte: „Stientje... niet schreien!... Zoet Stientje...' En alsof er maar één reden voor droefheid bestond in dat kleine hoofdje, dribbelde het lieve kind naar binnen en ging naast Mama staan en betoogde dapper: „Stientje niet weg, nietwaar moeke ? Stientje niet schreien."

— Welnee, zusje, zei Mevrouw, terwijl ze opstond en door de kleine meegetroond werd, Stientje gaat niet weg, Stientje blijft altijd hier, hé schat je !

Nog altijd bedroefd, kind? vroeg Mevrouw deelnemend. Weet je wat... kom aanstonds naar boven, we moeten nog zooveel verstellen, en daar kunt ge best in helpen. Dat is ook wat afleiding.

— Och nee, mevrouw, *t zal best overgaan, dat overvalt me soms maar eens... En ze boog zich over de kleine Mies, die zich tegen haar aan vleide en fluisterde:

Stientje niet weg, altijd blijven, zegt moeke.

— Zeker, zusje! zei Stientje tot de kleine meid en ze wist, dat het ook zoo zou wezen voortaan...

Sluiten