Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

naar 't altijd eendere en altijd mooie, lied dat klonk uit het hout en zong in zijn ziel.

Doch bitter beet hij nu de tanden op elkaar: hij zag geen zon; al 'tmooie kwam te laat als een vergeten medicijn bij een stervend man. Zijn trekken stonden strak; hij brak een tak en sloeg naar 't diertje, dat angstig wegschoot en piepend fladderde in 't hout rondom.

Hij ging er heen, de booze man, om 't nestje uit te rukken, weg te gooien en zag ineens vijf gele bekjes piepend opengaan bij 't ritselen der twijgen. Toen ging hij terug en stampte spijtig op den grond en kneep zijn vuisten vaster dicht en schold zich zelf voor dwaas en slecht,

Theophilus was gram en zon op kwaad, en slechte menschen doen zoo dom en dwaas. ■me Zoo peinzend doolde hij.

Voor luttel dagen was hij nog de onmisbare ..officiaal". Toen ging de bisschop dood. Hoe had hij lang vermoed, wat komen zou. En spoedig. Al jaren immers zat daar de oude en blinde grijze man, en ook al jaren droeg hij 't mooie en heel voorname ambt met lust en liefde, en droeg hij al den last, den graaggedragen last om de eer en de achting, dien zijn oude bisschop hem betaalde in woord van dank en klank van goud metaal. Want afgeleefd zat die daar in het hoog en wijd vertrek met eikenhouten lambrizeering langs de wanden, en in den hoogen, wijden stoel met grijnzende satyrkoppen aan de leuningen terzij. De laatste dagen, toen hij zwakker werd en zuchtend lag

Sluiten