Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

op het zachte legei midden in zijn werkvertrek, en luisterde naar 't geen Theophilus hem vroeg of zei, en volgde blind diens raad, — toen was zijn vreugde grooter nog geworden.

Daar zou een andere kómen.

Wie weet? een vreemde, die zoo weinig wist van al wat moest gebeuren. Nog dieper dan deze oude zou de nieuwe moeten voelen hoe hij onmisbaar was, Theophi- , lus. Kon hij zijn macht van invloed en van kennis, groot ook inderdaad, desnoods niet geven met een mooi gebaar van gulle goedheid als een gouden munt van eere aan zijn nieuwen heer?

Zou 't geen voldoening geven, als die telkens kwam en zei: Theophilus. En vroeg hoe dit gebeuren moest en hoe dat ander steeds geschiedde?

En zou hij niet veel hooger rijzen, boven de anderen uit, wanneer ze zagen, dat hij gevraagd werd en gevraagd moest worden over duizend dingen, die hij wist en hij alleen ?

Helaas!

Twee dagen had hij rondgedoold in 't oude ambt, twee dagen had hij ademstil gewacht, en angstig-blij geluisterd naar eiken tred die klonk van zacht tot hard naar zijn vertrek. Tot eindelijk!... klop-klop!... en voor zijn blij-verbaasde blikken stond de bisschop, nu zijn nieuwe heer.

Zoo weinig wist die in het eerst te zeggen: hij prees zijn ijver, roemde zijn werk. Van hooren zeggen had hij

Sluiten