Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

voor anderen het voorhoofd fronsen en de oogen donker, stroef en zoekend laten gaan naar werk en weer?

— Mijn ring met diamanten? Mijn beker met robijnen en topazen? Vraag dan, vraag!... maar geef mij't ambt.

En toen die vreemde heimelijk lachte, kwam er twijfel op bij den begeerigen Theophilus en bitter in zijn beschaming schimpte hij:

— Zoo ge tenminste geen bluffer en geen spotter zijt!...

— Maar eene, een enkele zaak heeft waarde voor een wijze!... Eén schat slechts is mij de moeite waard.

Het werd zoo listig en zoo fluisterend-sluw gezegd. De dunne lippen leken nog fijner, de woorden zongen met nog zoeter loktoon van verleiding en de oogen vonkten als diamant.

— Wat dan?... Toe, zeg het dan!... Durft ge 't niet!.. Ge wilt me tergen, lafaard!... ha!...

— Uw ziel!... Hij zei het langzaam alsof hij 'tproefde als een zoetigheid.

— Mijn ziel?...

En 't stond zoo helder voor zijn oog wat een vreeselijke prijs dat zou moeten zijn. Een onmogelijke eisch! Zoo iets wierp men nooit in 't geding, maar stond boven aan, onaantastbaar-hoog. Wie zou daarnaar durven te wijzen?...

— De ziel? Zou ik mijn ziel gaan wagen voor dat ambt?... En 't eerst totaal onzinnige leek hem nu niet onmogelijk meer. Daar was al iets af van de onaantastbare heiligheid der zaak, sinds zoo'n sluwe mond ze had

Sluiten