Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

genoemd- Hoe meer hij wachtte en vol verbazing den man aanzag, die zoo onnoozel en zoo gewoon dien ongehoorden prijs vroeg, des te meer werd dat alles ook voor hem een nuchter, alledaagsch iets, waarover ten slotte toch valt te spreken, dat men kan weigeren, maar ook... Zou dat kunnen?... Hij weifelde reeds. Doch tevens drong zich ook het oude besef verder naar voren in zijn bewustzijn en wilde weer klaar en krachtig staan voor de overtuiging, onwrikbaar vast als vroeger, en van alle zijden leken angstige handen het vast te houden en voort te stuwen, huiverend-bang voor een teruggestooten-worden, ver-achteraf.

— Zou ik mijn ziel wagen voor dat ambt? Voor zulk een tijdelijk en wisselvallig genot? vroeg hij, luid-op peinzend.

Al meer en meer slonk de sterkte van tegenstand, als de kracht van armen, die moe worden door 't hevig vasthouden. Het werd een koeler denken, een weifelend vergelijken en de bekoring leek daar zoo schoon voor hem te staan- Dat vleiende gezicht begon zijn goede neiging te overheerschen. Als oogen, die alleen geboeid en getrokken door een sterke straling, al het andere niet meer kunnen zien dan als glansloos duister, hadden zijn begeesteringen geen blik meer over voor zijn heiligsten schat.

— Leef dan in angst en sterf in spijt!...

— Dat zal ik niet! Dat behoef ik niet!... Straks moet ik toch ontboden worden!

— Dwaze, zaagt ge dan den lach der anderen niet,

Sluiten