Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

doch voelde zich zoo zwaar; zeker zou hij zinken, hij voelde zich al gaan omlaag, dieper, dieper... toen was hij wakker.

Dag na dag vroeg hij aan zichzelf, wat dat toch kon beduiden. Nooit had hij zoo iets ondervonden, als sinds hij dat gewichtig ambt van offïciaal gekregen had. Dat ambt ? was dat de zware last misschien, die hem omlaag trok ?... En hij maakte aanstonds het besluit: beslist, zou dat het zijn, graag wilde hij heel de omgeving, al dat ijdele laten waar het was en terugkeeren naar zijn oud verblijf. Weer stond hij voor den stroom dien nacht. Snel schoot die voort. En het was, of hij iets van zijn schouders schudde. Toen stapte hij dapper in het water en kwam als gedragen aan den anderen kant."

Zoo zei de man. En ook de bisschop had dat aangehoord en zulk een vreemden drang gevoeld Theophilus te ontbieden.

Steeds sterker sprak de stem in zijn borst: Dwaas, die ge waart! Uw ziel verpand, uw God gevloekt, de H. Maagd!... Zoo ge nu dood gaat!... Denkt ge aan dien stroom, dien last?... Nog enkele jaren en alles is gedaan !... dood!!...

Het luidde in zijn hoofd als een klok, die heel zijn wezen doorklonk tot in merg en been, zoodat hij sidderde.

Heel de omgeving begon hem te vervelen; alles sprak van zijn misdaad. Waar bleef nu de voldoening, welke bij had gehoopt te bezitten? Achterdochtig, gejaagd, prikkelbaar werd hij.

Sluiten