Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VOORWOORD.

Wie leeft in een tijd als de onze met zijn verschrikkingen, zijn beklemmingen, zijn benauwingen en niet-teoverziene mogelijkheden, en romanschrijver is, verbeelder en uitbeelder van het leven, valt soms ten prooi aan verbijstering.

Vooral wie uit zijn aard gewend is, waar te nemen en in zijn oeuvre- te verwerken de afschijning der stroomingen van zijn eigen tijd, voelt zich machteloos, want overweldigd door de reuzenkrachten, die om hem woeden.

Buitenstaanders hebben den wensch uitgesproken, dat roman- en tooneelschrijvers de werking dier geweldige krachten zouden vastleggen in hun arbeid; doch maar zelden is eenig kunstenaar daartoe in staat.

De sentimenten van een bewogen tijd als de onze zullen eerst door schrijvers, die later komen, zóó doorvoeld en begrepen kunnen worden, dat zij stem krijgen in hun kunst.

De romanschrijvers van tegenwoordig zwijgen er over, omdat zij niet spreken kunnen; .zij gaan voort te schilderen, wat leefde en werkte vóór deze laatste jaren, voordat de oorlog heel de gevestigde maatschappij doorschokte en duizend nieuwe krachten wekte.

Doch dan kan het gebeuren —zooals het mij gebeurd is — dat over ons een tegenzin komt in dit uitbeelden van wat alleen schijnbaar onze eigen tijd is; wij weten, dat veel veranderd is sinds het leven was, zooals wij het teekenen en wij kunnen het onszelf niet vergeven, dat wij doen als onderscheidden wij de enorme krachten niet, die aan het werk zijn.

Dan — omdat wij, ondanks ons verlangen ze te grijpen, toch die krachten in ons werk nog moeten voorbijgaan — vluchten wij naar een anderen tijd.

Zóó ging het mij: er kwam een snakkend verlangen in

Sluiten