Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

waarover — tegen de winterguurte — een kraag van wit bont was geworpen.

Het toilet was een zoogenaamde robe Lévite, eenvoudig van snit met een goudkleurige sjerp om het middel bij elkaar gehouden; uit de mouwen kwamen de blank bepoederde polsen te voorschijn, omsloten door zwart fluweelen bandjes; op het lokkige hoofd, blond bepoederd, troonde een klein hoedje met wuivende blauwe struisvederen en in het gezichtje, bruinig van tint onder de poeder, glansden zwarte geestige kinderoogen.

„Marie Louise!" begroette haar vroolijk de bewoonster der kamer en liep haar tegemoet.

„Henriëtte!"

De binnenkomende omhelsde haar met kinderlijke onstuimigheid.

„Ja, daar ben ik! daar ben ik al!" zong haar hooge stem en haar vingers haalden een gouden poederdoosje te voorschijn, heten even 't donsje vleugen langs de wangen, waar, door de omhelzing, de poeder gevaar had geloopen.

„Zóó uit de handen van den coiffeur in de koets gestapt om nog vóór 't diner terug te

Sluiten