Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Henriëtte schudde het hoofd.

„Nu niet. Er is een zieke in het klooster, aan wie ik beloofd heb te komen voorlezen."

„Wil je dat niet afzeggen om mijnentwil?"

„Dat kan niet. Zij rekent er op. 's Is één van de jongste pensionnaires, een kind nog, dat heimwee heeft."

De vicomtesse prees :

„Jij bent een engel vopr zieken, denk ik."

„Omdat ik voorga lezen?" schertste Henriëtte.

„Omdat je ze liefhebt. Als de heilige Franciscus. Ik haat al wat ziek is of leelijk."

Zij perste een oogenbUk de lippen opéén, wat haar gelaat plotseling hard maakte en van verfijnde wreedheid. Maar terstond bijna ontspanden de lippen zich weder tot een matten glimlach.

„Kom morgen vóór het diner. Je zult morgenavond muziek hooren, beter nog dan den vorigen keer. En ..." zij wendde het hoofd iets terzijde en dempte haar stem, zoodat Henriëtte niet dan met moeite verstond: „je zult den comte de Mirabeau ontmoeten."

Henriëtte blikte verrast op.

Sluiten