Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Met vluggen tred liep zij door de schaars verlichte kloostergangen naar de kamer, waar het patiëntje lag, heel jong meisje met moede, verdrietige oogen en koortsblosjes op het witte gezicht.

„Zoo, ma petite, hoe gaat 't?" Vriendelijk groette Henriëtte.

„Goed," antwoordde het kind kortaf, maar de oogen werden vochtig van tranen.

Henriëtte nam haar hand.

„Je hebt koorts," constateerde zij. „Wij zullen niet lezen, maar liever praten."

„Goed," zei de zieke weer, lusteloos.

„Je moet niet verdrietig zijn. Binnen een paar dagen ben je beter," troostte Henriëtte.

„O, ja."

Henriëtte boog zich over haar heen. „Of ben je verdrietig om iets anders?" Het kind begon te schreien, heftig, met veel tranen.

„Als je beter bent, mag je misschien een paar dagen naar huis gaan."

„Ik wil niet naar huis! Nu Rice er niet meer is... Rice, Nourrice, bedoel ik, daar verlang ik naar."

Sluiten