Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De jonge vreemdelinge, die hij nooit te voren in het huis der de Priaville's ontmoette, had indruk op hem gemaakt; hij herinnerde zich niet, ooit een vrouw gezien te hebben met zooveel natuurlijke bekoorlijkheid, zooveel echten eenvoud in haar uiterlijk wezen.

Préveux dweepte, als vele jongere dichters, met Rousseau; de machtige roep om terugkeer tot de natuur, de kreet om eenvoud en natuurlijkheid, door Jean Jacques de wereld ingeslingerd, had weerklank gevonden in zijn hart en hij droomde ervan, in zijn gedichten dienzelfden kreet te doen doorklinken. Zijn droomen gingen verder: hij zag er verschieten van een betere, mooiere wereld, waarin voor ieder individu hetzelfde menschenrecht zou gelden, waarin geen leegloopers zouden zwelgen in overdaad en geen genieën onder de hanebalken omkomen zouden van ellende.

Doch hij miste nog den durf, openlijk voor die verwachtingen uit te komen; nog voelde hij zich te afhankelijk van den gunst van rijke beschermers, want het was juist deze gunst, die hem uit een leven van afgrijselijke armoede

Sluiten