Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en verven; nu zochten zij tezamen uit een ivoren byouteriedoosje de juweelen, die dé vicomtesse dien dag wenschte te dragen.

De kapper, complaisante man op leeftijd, wiens rug door de aanhoudende oefening, die zijn vak meebracht, van jeugdige buigzaamheid was gebleven, stond gereed zijn werk te beginnen; reeds had hij de doos met ros-gouden poeder geopend, en verschillende kammen, borstels en spelden klaar gelegd.

Toen Henriëtte binnenkwam, schoot het kleine langharige hondje, dat geslapen had op den schoot der vicomtesse, met nijdig keffen uit naar de vreemde; madame de Priaville bedaarde het diertje met sussende woordjes en hield het in haar arm, terwijl zij oprees om haar gast te verwelkomen.

Bij den groet naderden hare lippen Henriëtte's wang zonder ze aan te raken, als bood zij haar, in den zoeten geur van poeder en zalf, de essence van een kus.

„Heb je kunnen rusten?" informeerde zij vriendelijk.

En Henriëtte betuigde: „heerlijk, Madame."

Sluiten