Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De vicomtesse leunde in bestudeerd kwijnende houding achterover in haar stoel, de waaier in rust op haar schoot, waar het hondje doorsliep.

De deur, achter de revendeuse gesloten, wijdde bijna terstond weder open om den comte de Mirabeau binnen te laten.

Henriëtte Amélie schokte op in ontstelling.

Die man van zware gestalte, plomp in den slecht zittenden, donkergroenen rok, met het door groeven en poklitteekens geschonden gelaat en het bochtige, beenige voorhoofd, even wit als de gepoederde pruik er boven, kon dat de veel besproken comte de Mirabeau zijn en de vriend van Madame de Priaville?

Verbijsterd staarde Henriëtte den binnenkomende aan. Hij lette niet dadelijk op haar; met een paar zware stappen liep hij naar de vicomtesse toe, en boog het geweldige hoofd om de hand, die zij hem reikte, te kussen.

„Vergeef, dat ik u gisteren vergeefs liet wachten, Madame."

Opnieuw verbaasde Henriëtte zich: de stem was diep en prachtig vol van klank.

Sluiten