Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Na een oogenblik wendde hij zich tot haar.

„Madame, ik had nooit het voorrecht u te ontmoeten. Woont u in Parijs?"

Henriëtte neeg het hoofd.

„Ja Monseigneur; in het klooster der Dames anglaises."

„Ah! En nu heeft u het klooster verlaten om in de wereld, te komen?"

„Dat niet. Ik blijf er wonen. Maar voor het oogenblik ben ik de gast van Madame de Priaville."

De Mirabeau glimlachte.

En sterker nog dan straks viel het Henriëtte op, hoe die glimlach heel zijn gelaat als overzonde en het afstootende van de trekken deed vergeten. Zijn mond was fijn van vorm, erkende zij; vol charme zelfs, met dien glimlach. En zij begreep nu beter dan bij den eersten indruk, hoe de vicomtesse hem tot haar amant had kunnen kiezen.

Zij behoorde hen beiden nu alleen te laten; op eenvoudigen toon vroeg zij verlof, haar borduurwerk te gaan halen van hare kamer.

De vicomtesse, begrijpend, knikte haar toe.

Sluiten