Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Dan wacht ik je in mijn boudoir, ma chérie," zeide zij vriendelijk.

In haar kamer trad Henriëtte aan het raam, dat uitzicht gaf in den tuin, licht van winterschen zonneschijn. Zij haalde diep adem, als kon zij daarmede iets van het zonlicht daarbuiten inzuigen. Zij hield van het licht, van den stralenden hemel en de kleuren buiten; hoe vele vrouwen er de voorkeur aan konden geven bij kaarslicht te leven, was haar een raadsel.

Bewonderend hield zij het stuk kant, 't geschenk van de vicomtesse, uit op hare handen, volgde de speüng van het licht over 't weefsel, plooide het vóór den spiegel over hare schouders. Maar geprikkeld door den zwoelengeur, die er uit opwademde, wond zij de kant weer los, legde ze in haar koffer.

Tegelijk haalde zij een brochure te voorschijn over een nieuwe ontdekking op scheikundig gebied en ging er mee zitten in den lagen leunstoel met licht gebloemd bekleedsel, die bij den schoorsteen stond geschoven; zij wilde geen haast maken om naar de vicomtesse terug te keer en.

Sluiten