Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Henriëtte zat in een wijden stoel te lezen, haar hoofd gebogen over haar boek; de ééne kaars, die links van haar brandde, belichtte haar fijne profiel en den val der blonde krullen aan hare slapen; ook de nobel gebogen halslijn was te volgen en de vingers, die het boek hielden, schenen transparant in den schijn.

Toen zij opkeek, glansden hare oogen in rustige klaarte en om haar mond trok een vriendelijke glimlach, als welkomde zij met vreugde den binnenkomende.

Hij zette zich naast haar, wees op het boek, dat zij in de hand hield.

„Heeft mijn werk over de Lettres de Cachet de eer door zoo lieve oogen gelezen te worden?"

Henriëtte knikte vroolijk.

„Het is een geluk, dat zulke lectuur niet gesloten is voor vrouwenoogen. En voor vrouwenhersens."

„Is het werk uw eigendom?" vroeg de Mirabeau nieuwsgierig.

Henriëtte schudde het hoofd.

„Ik vond 't hier. U heeft het blijkbaar zelf aan de vicomtesse vereerd."

Sluiten