Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zich over de Mirabeau's bezorgdheid: een man als hij kon het onverschillig zijn, wie zijne werken las. En evenzeer wat zij las, een vreemde, die hij een oogenblik ontmoette in zijn leven.

„Madame de Priaville sprak over dat werk," hernam Henriëtte, „zij had het gelezen." De Mirabeau knikte.

„Wel waarschijnlijk. Zij behoort tot de vrouwen, die alles kunnen lezen en alles kunnen hooren."

Henriëtte Amélie bloosde en wendde de oogen af.

„Ik meende..." begon zij aarzelend, „dat u Madame de Priaville liefhad."

De Mirabeau stootte een lachje uit.

„Ja, zooals ik vele vrouwen heb hef gehad."

Henriëtte trok de lippen samen met iets als pijn; met nerveus gebaar bladerden hare vingers in het boek.

De Mirabeau liet zich neer in een stoel, op kleinen afstand van haar en keek haar zwijgend aan.

Na een oogenblik vroeg hij:

Sluiten