Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Ja zóó ... zóó is het interessant." Henriëtte glimlachte met iets als dankbaarheid.

Toen de vicomtesse het kleine salon binnenkwam, vond zij er den vicomte, nog in het flesch-groene rijcostuum met zilver borduursel, zooals hij uit Versailles was gekomen.

Hij was een zwierige, elegante, bijna frêle figuur met fijne, sensueele gelaatstrekken, erfdeel van een lange rij voorouders, die in weelde en verfijning geleefd hadden; onder de dunne wenkbrauwen schenen de donkere oogen zonder veel glans doch met een zekeren onrust in hun levendig kijken als was er altijd iets om voor op zijn qui vive te zijn. Die vreemde onrustige, altijd wantrouwende oogen, gaven den vicomte het bijzondere, waarmede hij vrouwen wist te winnen en mannen van zich afstootte.

De vicomtesse begroette hem kalm, met iets als terughouding in het gebaar waarmede zij haar waaier tusschen hen inhield en hem wees te gaan zitten, hij sprak enkele hoffelijke woorden, informeerde of iets bijzonders was voorgevallen in zijn afwezigheid.

Sluiten