Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Houdt zij niet veel van me?" vroeg Suzanne toen Henriëtte den brief teruggaf.

„Ja; maar zij is niet de eenige, die van je houdt. Je moeder..."

Suzanne wendde het hoofd af en haar mond vertrok als in pijn.

Henriëtte het het onderwerp vallen.

„Vertel eens, wanneer je weer óp mocht staan?" vroeg zij.

„Dadelijk al nadat u weg waart. Ik heb 't gevraagd aan zuster Veronica."

„Voelde je je dan beter? Is de koorts weggebleven?"

„Ik weet 't niet, maar ik was bang, om alleen te zijn."

„Bang? waarvoor?"

Het kind blikte weg van Henriëtte's vriendelijk vragende oogen.

Henriëtte nam haar hand.

„Bang zijn is dwaasheid. Wij behoeven niet bang te zijn als ons geweten zuiver is."

Suzanne het zich plotseling op den grond glijden en borg haar kopje in Henriëtte's schoot.

„Ik... ik ben slecht geweest," snikte zij.

Sluiten