Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de klok zag dwalen, kwam een harde trek op haar gezicht.

„Uw wilt me weg hebben, ik begrijp 'tal," zei ze als een boos kind. En liep weg in de richting van de deur. Toen in eens weer met de vorige gebrokenheid: „Omdat u me slecht vindt."

Henriëtte, in ontstelling, sprak troostende woordjes: „Neen, neen je moogt blijven." Doch in een verlangen naar klaarheid, vervolgde zij: „Luister Suzanne, ik wil je graag helpen, maar ik moet zelf denken over wat je mij verteld hebt. Weet je wat... we zullen vragen of je een poos bij mij in de kamer moogt slapen. Misschien zal zuster Veronica het toestaan als wij 't heel vriendelijk verzoeken."

Het kind keek verheugd op.

„O dat... dat zou heerlijk zijn. Wilt u 't dan vragen?"

En de vreugd op het meisjesgezichtje was Henriëtte zoete belooning voor de»zelfoverwirming, die het voorstel haar gekost had.

Zij had juist verlangen naar alleen-zijn, ze hield ervan vóór het inslapen rustig te liggen

Sluiten