Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de Mirabeau en haarzelve, werkelijk bestond.

Langzaam liet zij zich neer op één der harde kloosterstoelen, en noodde de Mirabeau tegenover haar te gaan zitten.

„Er is hier weinig comfort," zeide zij lachend, „maar misschien wilt u toch een oogenblik blijven praten?"

„Als u mij uw bijzijn wilt schenken, wordt deze kale kamer..."

„Tot een weelderig salon ..." schertste Henriëtte. „Neen comte, nu zou de hoffelijkheid u tot banaliteiten verleiden..."

„En denkt u, dat het de eerste maal zou zijn, dat mij zoo iets overkwam?"

„Dat niet. Maar ik zie zoo iets niet gaarne

van u."

De Mirabeau's bewegelijke trekken verernstigden. Heel zijn gelaat scheen zich te verfijnen en nobeler te worden van uitdrukking; uit zijne oogen straalde naïve vreugde.

„Dat heeft geen vrouw mij nog gezegd," betuigde hij ernstig.

Henriëtte behield haar licht schertsenden toon. V -t

Sluiten