Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„En anderen hebben het ook. De menschen weten» dat u tot iets groots in staat zult zijn en die u dat niet gunnen, verheugen er zich in, als zij kleine dingen van u kunnen vertellen."

De Mirabeau zweeg een oogenblik.

Toen, ingehouden, voorzichtig bijna, zette bij aan:

„Ik weet niet, of u, wat tusschen Madame de Monnier en mij is geweest, klein zoudt noemen..."

Henriëtte schudde het hoofd en ietwat verlegen, als hinderde haar het onderwerp:

„Ik zeg dat anderen, die niet weten... Ikzelf heb er geen oordeel over."

„Het was een groote passie, een vlam, die zichzelve verteerd heeft. Niets is er van over dan wat asch."

Henriëtte vond niet dadelijk woorden; peinzend drukte zij hare handen in elkaar en maakte ze weer los.

„Kan herinnering asch zijn?" vroeg zij eindelijk zacht. „Mij dunkt, in de herinnering blijft de vlam zelf leven."

De Mirabeau schudde het hoofd.

Sluiten