Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Juist die herinnering is de asch," sprak hij somber. „Het eenige, dat overblijft. En dat is dood en leelijk."

Henriëtte durfde niet verder vragen. Hoe vol asch moest de herinnering zijn van dien man, overdacht ze. Vol dood en leelijkheid dus. Weder, als vroeger, welde medelijden voor hem in haar op, doch daarnaast stond de verwachting van het groote, waartoe hij voorbestemd scheen.

„Ik kan er met u moeilijk over spreken," hernam de Mirabeau. „Te veel is er, vrees ik, in, dat u moet kwetsen".

Henriëtte bloosde licht, doch zij wendde hare oogen niet af.

„Toch... verlang ik, er u alles van te zeggen. Of zooveel, dat u het begrijpt."

Nu lichtte een glimlach over Henriëtte's gelaat, vreugde, omdat hij haar zijn vertrouwen wilde geven, omdat hij ook erkende, dat tusschen hen beiden een band van vriendschap was gegroeid.

„Laten wij er vandaag niet verder over spreken," zeide zij rustig. „Waarom zouden

Jet-Lie. 12

Sluiten